Begrippenlijst

Van verzuimpercentage tot totale verzuimkosten

Verzuimpercentage (vp)

Van alle werknemers wordt elke ziektedag in de periode vermenigvuldigd met de bij die dag behorende parttimefactor en de arbeidsongeschiktheidsfactor, waarna deze worden opgeteld. Van alle werknemers (ziek en niet ziek) wordt elke dienstverbanddag in de periode vermenigvuldigd met de bij die dag behorende parttimefactor, waarna deze worden opgeteld. Het totaal aantal ziektedagen wordt gedeeld door het totaal aantal dienstverbanddagen en vermenigvuldigd met 100%.

Het verzuimpercentage wordt het meest beïnvloed door langdurig verzuim. Het zwangerschaps- en bevallingsverlof kan het verzuimpercentage substantieel beïnvloeden. Daarom wordt het verzuimpercentage in de Vernet Viewer zowel inclusief als exclusief zwangerschap weergegeven.

Ziektedagen ten gevolge van zwangerschap en/of bevalling worden ook meegenomen in het verzuimpercentage inclusief zwangerschap.

 


Meldingsfrequentie (mf)

Het aantal ziekmeldingen in een verslagperiode wordt gedeeld door het aantal werknemers in die periode. De meldingsfrequentie in het kwartaal is ongeveer een kwart van de frequentie van het jaar. Om vergelijking met het (voortschrijdend) jaar mogelijk te maken, wordt de meldingsfrequentie van een kwartaal altijd vermenigvuldigd met vier.
De meldingsfrequentie wordt het meest beïnvloed door kortdurend verzuim.

 


Gemiddelde duur (gd)

Het totaal aantal ziektedagen van beëindigde ziektegevallen in een verslagperiode wordt gedeeld door het totaal aantal beëindigde gevallen in de desbetreffende periode. De ziektedagen van beëindigde gevallen zijn alle dagen vanaf de eerste ziektedag tot aan de hersteldatum. De aansluitende ziektedagen die vóór de verslagperiode vallen worden dus ook meegerekend.

 


1e en 2e Ziektejaar

De eerste 365 dagen van het ziekteverzuim vallen onder het verzuimpercentage van het 1e ziektejaar.
De dagen vanaf 366 tot en met 730 dagen vallen onder het verzuimpercentage van het 2e ziektejaar.

 


Duurklasse

Een verzuimgeval wordt ingedeeld in één van de vier duurklassen. De totale lengte van het verzuim is bepalend voor de indeling. Deze wordt bepaald vanaf de eerste verzuimdag tot en met de hersteldatum of de einddatum van de verslagperiode. Een verzuimgeval kan slechts in één duurklasse worden ingedeeld en kan maximaal 730 dagen duren.

De vier duurklassen die Vernet hanteert zijn:

  • 1 t/m 14 dagen kortdurend verzuim
  • 15 t/m 91 dagen middellang verzuim
  • 92 t/m 365 dagen lang verzuim
  • 366 t/m 730 dagen extra lang verzuim

 


Verschil verzuim naar duurklasse en fase

Verzuimcijfers die verdeeld zijn naar duurklasse kunnen niet vergeleken worden met verzuimcijfers verdeeld naar fase (eerste en tweede ziektejaar zijn fasen). Dit komt omdat bij verdeling naar duurklasse ziektedagen maar in één duurklasse geplaatst kunnen worden, terwijl bij een verdeling naar fase verzuimdagen wel in meerdere fasen geplaatst kunnen worden. Bij verdeling naar duurklasse is de laatst bekende ziektedag van invloed.

Stel dat een werknemer 405 dagen ziek is geweest, dan worden alle ziektedagen in de duurklasse 366 t/m 730 dagen geplaatst (dus de ziektedagen van het eerste jaar worden in een duurklasse van het tweede jaar geplaatst). Als de verzuimcijfers van duurklassen t/m 365 dagen worden opgeteld dan is dit niet het verzuimcijfer van het eerste ziektejaar. Dit cijfer is alleen te zien bij een verdeling naar fase. Hierbij worden de eerste 365 ziektedagen in fase 1 (eerste ziektejaar) geplaatst en de rest in fase 2 (tweede ziektejaar).

Verzuimcijfers verdeeld naar duurklasse zijn bedoeld om te laten zien welk deel van het verzuim toebehoort aan werknemers die kort dan wel langdurig ziek zijn geweest.

 


In- en uitstroom

Bij de berekening van de in- en uitstroom ligt het accent op het productiepotentieel. Het Uitstroompercentage geeft aan welk deel van de beschikbare capaciteit, het gemiddeld aantal werknemers (in FTE), in de verslagperiode wegens uitdiensttreding de organisatie verlaten heeft.
Het Instroompercentage geeft aan welk deel van de beschikbare capaciteit, het gemiddeld aantal werknemers (in FTE), in de verslagperiode in dienst is gekomen.
De interne mobiliteit wordt niet meegeteld.

 


Personeelssterkte (ps)

Het gemiddeld aantal werknemers in een periode dat in dienst is bij een bedrijf, gebaseerd op het aantal dienstverbanddagen. Het aantal werknemers wordt bepaald aan de hand van de indienst- en uitdienstdata van werknemers. Onder werknemers worden zowel fulltimers als parttimers verstaan. Oproepkrachten, stagiaires en gere-integreerde WIA-ers worden niet meegeteld.

 


Voortschrijdend jaar

Voortschrijdende jaren zijn perioden die altijd bestaan uit vier aaneengesloten kwartalen. Steeds wordt het ‘oudste’ kwartaal weggelaten en het ‘nieuwste’ kwartaal toegevoegd. Hieronder staan de voortschrijdende jaren weergegeven van 2015 t/m 2016:

  • 2015-1 t/m 2015-4
  • 2015-2 t/m 2016-1
  • 2015-3 t/m 2016-2
  • 2015-4 t/m 2016-3
  • 2015-1 t/m 2016-4

Met voortschrijdende jaren wordt de structurele ontwikkeling van het verzuim in beeld gebracht. De cijfers vertonen geen fluctuaties als gevolg van seizoensinvloeden.

 


Directe verzuimkosten

Onder de ‘directe verzuimkosten’ wordt door Vernet het uitgekeerde ziekengeld verstaan ofwel de bruto loonkosten van de zieke werknemers (excl. zwangerschapsuitkeringen), verhoogd met het vakantiegeld (8%) en de werkgeverslasten voor WW, WIA en ziektekostenverzekering (20%).

Bij de berekening is uitgegaan van nul wachtdagen, 100% uitkering in het eerste ziektejaar en 70% in het tweedeziektejaar.

 


Indirecte verzuimkosten

Naast het doorbetalen van het bruto loon van zieke werknemers zijn er nog andere kosten die voortvloeien uit verzuim, de zogenaamde ‘indirecte verzuimkosten’.

Hieronder staan enkele voorbeelden:

  • overige indirecte kosten: productieverlies, hogere kosten vervangend personeel, kosten arbodienst, personeelsverloop (werving en selectie), kosten preventie, begeleiding en re-integratie, administratieve verplichtingen (o.a. door de Wet Poortwachter), etc.
  • indirecte loonkosten: toeslagen, tantièmes, eventuele 13e maand, pensioenpremie, reiskostenvergoeding, gedifferentieerde WGA-premie, overwerk collega’s, inhuren uitzendkrachten, etc.
  • immateriële zaken die tot kosten kunnen leiden: slecht imago, kwaliteitsverlies, overbelasting collega’s, etc.

 


Totale verzuimkosten

Onderzoeken geven aan dat de indirecte verzuimkosten ongeveer zo groot zijn als de directe verzuimkosten. Voor de totale verzuimkosten vermenigvuldigt Vernet derhalve de directe verzuimkosten met de factor 2 en hanteert alleen deze term in haar rapportages.