Verzuimanalyse – verzuimontwikkeling t/m 2025

VERZUIMONTWIKKELING

In 2025 is het verzuimpercentage in de zorgsector 7,97. Daarmee zet een stijgende trend door die al meerdere jaren zichtbaar is. Na het piekjaar 2022 is dit het één na hoogste verzuim sinds het begin van onze metingen in het jaar 2000.

MELDINGSFREQUENTIE

In 2022 zagen we ook een piek in de meldingsfrequentie (1,54). In de jaren voor 2022 was het gemiddeld aantal meldingen altijd ongeveer één. Maar na 2022 blijft het schommelen rond 1,3.

De meldingsfrequentie geeft aan hoe vaak werknemers zich gemiddeld ziekmelden in de verslagperiode en wordt het meest beïnvloed door kortdurend verzuim.

GEMIDDELDE DUUR

De ontwikkeling van de gemiddelde duur is in grafieken altijd gespiegeld aan die van de meldingsfrequentie. Als het gemiddeld aantal meldingen hoog is, dat betekent dat dat er veel kortdurend verzuim is. Daardoor wordt de gemiddelde duur lager. Zo zien we juist in 2022 een relatief lage gemiddelde duur. In 2025 is die opgeklommen naar 26,4 dagen en is daarmee weliswaar gedaald ten opzichte van 2024, maar blijft hoger dan in 2023.

De gemiddelde duur geeft de gemiddelde lengte in aantal dagen van beëindigde verzuimgevallen weer. Beëindigde gevallen zijn ziektegevallen waarvan de hersteldatum in de verslagperiode valt. De aansluitende ziektedagen die vóór de verslagperiode vallen worden ook meegerekend.

VERZUIM IN HET TWEEDE ZIEKTEJAAR

Behalve gemiddelde duur berekenen we ook het verzuim naar ziektejaar. De eerste 365 dagen van het ziekteverzuim vallen onder het verzuimpercentage van het eerste ziektejaar. De dagen vanaf 366 tot en met 730 dagen vallen onder het verzuimpercentage van het tweede ziektejaar. Het totale verzuim van één werknemer kan dus in beide ziektejaren vallen.

De piek in 2022 zien we bij de verdeling naar ziektejaar alleen terug in het eerste ziektejaar. Opnieuw een aanwijzing dat kortdurend verzuim hiervan de oorzaak was.

De ontwikkeling van het verzuim in het tweede ziektejaar laat geen piek zien in 2022. Het percentage is in 2022 echter wel ongekend hoog en stijgt in de daaropvolgende jaren zelfs verder tot boven de één procent.

VERZUIM NAAR DUURKLASSE

Het verzuim naar duurklasse is een verdeling van het totale verzuimpercentage. Bij de berekening van verzuim naar duurklasse worden alle verzuimgevallen meegenomen, ook die zonder einddatum. In die gevallen wordt de einddatum van de verslagperiode als einddatum gebruikt.

In 2025 is het korte en het middellange verzuim stabiel gebleven vergeleken met de twee voorgaande jaren. Dat komt overeen met de meldingsfrequentie die min of meer gelijk blijft. De groei van het totale verzuim wordt daarom niet veroorzaakt door meer ziekmeldingen, maar door langere verzuimduur.

Het verzuim In duurklasse 92 t/m 365 dagen heeft het grootste aandeel in het totale verzuim. In deze categorie zien we dat het verzuim in 2025 verder is toegenomen. Niet eerder was het zo hoog. Daarnaast blijft ook het extra langdurig verzuim van meer dan 365 dagen groeien. Dat wijst erop dat mensen steeds vaker meer dan één jaar nodig hebben om te herstellen.

VERZUIM PER LEEFTIJDSKLASSE

Het verzuim naar leeftijdsklasse geeft het verzuimpercentage weer van verschillende leeftijdsgroepen. Bij deze berekening worden alle verzuimgevallen meegenomen, ongeacht de duur van het verzuim.

In 2025 ligt het verzuimpercentage in alle leeftijdsklassen hoger dan in 2019. Deze stijging is zichtbaar over de hele linie en wijst erop dat de toename van het verzuim niet beperkt blijft tot één specifieke leeftijdsgroep, maar een breder fenomeen is binnen de sector.

Het verzuim neemt toe met de leeftijd. Vanaf 2019 tot en met 2025 zien we dat oudere werknemers een hoger verzuimpercentage hebben dan jongere werknemers. De grootste stijging zien we bij de jongere en middelste leeftijdsgroepen, terwijl het verzuim onder 55-plussers al relatief hoog was en verder is toegenomen.

Dit patroon bevestigt dat leeftijd een belangrijke factor blijft in verzuim, maar dat de recente stijging zorgbreed speelt en niet alleen wordt gedreven door vergrijzing.

PERSONEELSSTERKTE

Bij de interpretatie van de verzuim naar leeftijd is het belangrijk om in het oog te houden hoe groot de groep is. Hoe groter de groep hoe zwaarder het verzuim van die groep weegt op het totale verzuimcijfer.

Een interessante ontwikkeling is het steeds kleiner worden van het aandeel van de groep werknemers in de leeftijd van 46 t/m 55 jaar. Tegelijk wordt het aandeel van de groep die ouder is dan 55 jaar juist groter. Omdat dit de groep is met het meeste verzuim en langste verzuimduur, is dit een belangrijk gegeven voor toekomstige verzuimontwikkeling.

CONCLUSIE

Het verzuimpercentage is in de zorgsector van 6,14 in 2019 opgelopen naar 7,97 in 2025. De oorzaak hiervan zien we vooral terug in het toegenomen langdurige verzuim. Daarnaast zien we dat ook het kortdurende verzuim van 1 t/m 14 dagen na 2022 hoger blijft dan het daarvoor was. Dit zien we ook terug in de ontwikkeling van de meldingsfrequentie.